Welkom op mijn Columnpagina
Uw kop

 

Welkom op mijn Columnpagina


Behalve het schrijven van verhalen en gedichten schrijf ik ook graag columns.

Ze gaan over hedendaagse dingen, over het leven en over de politiek, waar ik het lang niet altijd mee eens ben.

Ik wens u heel veel leesgenoegen en mocht u het met mijn stellingen wel of niet eens zijn, kunt u altijd een berichtje achterlaten op mijn contactpagina. Een antwoordt mag u zeker van mij verwachten

 

Vrij zijn als een vogel
Het zuur en het zoet.......

Het zuur en het zoet’

Heb ik mij in de afgelopen dagen toch weer aardig kwaad lopen maken over deze uitspraak van onze Minister President,  die hij bij één van zijn vorige kabinetten  zo vaak gebruikte.  
Het waren mooie woorden, maar behalve voor de mensen met twee keer modaal en daarboven, die van de groeiende economie mee profiteerden, is het voorlopig bij het zuur gebleven voor de mensen met de lagere inkomens, de zieken, gehandicapten en de mensen met alleen AOW en een klein pensioentje. Zij gingen er al voor het tweede jaar op rij, op achteruit.

Jammer, eerst  geloofde ook ik in een betere toekomst en moesten we even door de zure appel heen bijten. Maar inmiddels geloof ik daar niet meer in.

Het ‘zoet’ bleef uit!

Onze zogenaamde Welvaartstaat c/q Maatschappij,  is  geen Maatschappij meer, waar de sterkste schouders de zwaarste lasten ‘met vreugde’  dragen, omdat men nog wat overhad voor een ander, maar een economie, waarin het eigen ‘ik’ centraal staat.

De praktijk van deze laatste veertien dagen wijst uit, dat de onlangs uitgebroken crisis op de financiële markt, nu ook de crisis is geworden van de gewone mens.

Het ‘loyale’ aanbod van onze minister van Financiën om de ‘noodlijdende’  banken een financiële injectie te geven is in bepaald opzicht een goede zaak, ware het niet dat de 10 miljard euro wel opgehoest moet worden door de belastingbetaler.

Terwijl de aandeelhouders beloond worden voor hun foutieve beleid en nog een flinke bonus meekrijgen ook.
Het zuur, is voor de aandeelhouders en de topmensen niet zó  ‘zuur’, maar het  ‘zoet’ dat
de ‘gewone mens’ al zo lang is belooft, blijft uit.

Mijn boosheid over de financiële crisis, ben ik nog niet kwijt.
We zullen het er op dit moment mee moeten doen, maar ik hoop dat er eens een tijd zal komen dat de ‘Welvaart’ er ook is voor de gewone mens, en niet alleen voor diegenen die met z’n allen meedoen aan de tegenwoordig ontstane graaicultuur.

Het zijn verwarrende tijden waarin overheden, ook onze overheid, samen honderden miljarden moeten uitgeven om gokverslaafde banken open te houden.  Dat weet ik, maar dan:

Begrijp ik niet dat overheden, ook de Nederlandse, doorgaan met geld en mensenlevens verslindende oorlogen in Afghanistan en Irak.

Ik begrijp ook niet waarom dit kabinet tegelijkertijd zegt geen geld te hebben om de koopkracht van de mensen met de laagste inkomens te beschermen terwijl mensen met meer dan 2x modaal er wel op vooruit gaan en er nu zoveel miljarden kunnen worden gestoken in de ‘noodlijdende’ banken’.

En al evenmin begrijp ik: Dat de minister van Financiën uithaalt naar het graaikapitalisme,  maar de bonussen aan de top in Nederland niet werkelijk aanpakt.

Maar ja, het is natuurlijk niet verwonderlijk dat ik er niets van begrijp.

IK ben maar een gewoon mens  in hun ogen en ZIJ hebben er voor geleerd.

Maar, dan vraag ik mij tóch af,  waarom gaat het dan zo vaak mis in dit land?

 

Opgetekend door Mieke Batenburg, 09-02-2010

Mijmering

Het leven begint bij:

Als je al in de derde levensfase bent aangeland, zoals ik, is het niet zo eenvoudig om te bedenken wanneer nu voor mij het leven is begonnen.

Er zijn zoveel momenten geweest waarin ik heb gedacht, ‘Nu begint mijn leven pas’.

Het echte begin van mijn leven was in 1940, toen mijn moeder de laatste dagen van haar zwangerschap aan de wal doorbracht om mij op de wereld te zetten.
Daags daarvoor was zij van boord gegaan en ja, op die zonnige dag in april 1940, zag ik het eerste levenslicht.

Toen begon dus daadwerkelijk mijn eerste levensdag.
Dat was bijna nog mis gegaan, want mijn geboorte werd zo plotseling op gang gebracht, dat ik tijdens een bezoek aan het toilet, ter wereld kwam.
In de buurt ging het gerucht dat mijn moeder mij door de WC had willen wegspoelen, maar………….Ik ben er nog en heb inmiddels vele dagen meegemaakt, waarop ik antwoordt zou kunnen geven op bovenstaande vraag.

Mijn trouwdag zou ik kunnen noemen en het krijgen van mijn kinderen en kleinkinderen.

‘Mijn leven eindigt’, zou ik kunnen zeggen, toen mijn echtgenoot op Moederdag 1995 door een plotselinge hartstilstand overleed. Ik was ontroostbaar, maar na een paar jaar, begon mijn leven opnieuw en trouwde ik met de liefste mens van de wereld die ik ooit heb gekend, (behalve mijn overleden man dan) en begon mijn leven opnieuw.
Wat was ik gelukkig, maar hoeveel verdriet heb ik gehad toen, na vijf jaar geluk opnieuw het noodlot toesloeg en ik voor de tweede keer weduwe werd.

U ziet dus; mijn leven bestaat uit beginnen, eindigen en opstaan, maar wat mij het meest is bijgebleven en waar de titel van deze mijmering het beste bij past, is het gevoel dat ik had toen  mijn zoontje van, toen vijf jaar, plotseling zijn oogjes opende en het levensgevaar geweken was. Dat was voor hém, én voor mij de dag dat het leven opnieuw begon.

Na negen maanden in het Dijkzigt ziekenhuis gelegen te hebben en drie weken Klinisch dood te zijn geweest, had ik mijn jongen weer terug, terwijl de artsen diezelfde dag nog de stekker van de hart-longmachine eruit hadden willen halen omdat er geen levenskansen meer zouden zijn.

Voor hem begon toen het leven. Maar ook voor mij want net op tijd heeft hij zijn oogjes geopend en was mijn verdriet voorbij.

NOOT: Hij is nu een grote vent en ik ben er een kleintje bij vergeleken.
Hij heeft mij drie kleinkinderen geschonken waarbij een tweeling en ik ben de gelukkigste mens van de wereld.

Verslaving

Als internet onherstelbaar uitvalt...wat danl

Ja, wat dan?
 Ik kreeg er een dezer dagen een voorproefje van, dus een klein beetje kan ik me er wel bij indenken.

Door het op hol slaan van ons lichtaggregaat, ontstond er een verhoogd Voltage waardoor de voedingsapparaten van onze beide laptops doorbranden.

Niet alleen de voedingen van onze laptops waren doorgebrand maar ook de voeding van de TV had het begeven.

Geen internet en ook geen TV en bovendien konden de accu’s niet goed opgeladen worden en hadden we te weinig stroom.

Tja, en dan pas merk je hoe verwent  je bent.
We vinden alles maar zo gewoon en als internet dan uitvalt, lijkt het of de wereld vergaat.

In de arme landen hebben een heleboel mensen geen internet en als je naar hun gezichten kijk, kunnen ze misschien wel niet zoveel te eten hebben als wij, maar in negen van de tien gevallen zijn ze tevreden met hun bestaan. Zij hebben al die luxe die wij nauwelijks meer kunnen missen niet nodig om gelukkig te zijn en zij genieten van de natuur.

In eerste instantie hadden mijn man en ik behoorlijk ‘de pest’ in.
Hoe moesten we nu die lange avonden doorkomen?
Als je verstoken blijft van alles waar je zo aan gehecht bent en je weet dat het dagen gaat duren, is het of je niet helemaal compleet bent.
Het gebeurde natuurlijk ook nog eens in het weekend.

Je mist de contacten met de mensen waar je mee mailt.
Ik kon niet verder met de opbouw van mijn website en mijn man zat er ook al zo verloren bij. Nou, het was wel duidelijk. Wij zijn verslaafd………

Nog nooit ergens aan verslaafd geweest, maar nu, op mijn oude dag kwam er dan toch nog zoiets naar boven.

Het was een groot gemis.

Of je die slok op een borrel die je zo hard nodig had miste en je er niet aan kan geraken.

Tja, dat wilde ik niet laten gebeuren dus zochten we naar oplossingen.

Geen TV, geen Radio, geen internet, maar ik had nog wel een hele voorraad kaarsen in de kast en een wijntje hadden we ook nog wel in voorraad. Dus, met een glaasje wijn en een goed gesprek waar we vaak niet toekomen omdat we allebei bezig zijn met internet of tv,  zijn we die dagen toch wel goed doorgekomen.
Nee, de wereld is niet vergaan en als het moet kunnen we wel zonder internet, maar ik ben toch blij dat ik nu weer gewoon mijn boterhammetje kan eten achter mijn PCtje en we in alle rust de dag kunnen beginnen met de bezigheden waaraan we zo gewend zijn.

Wat een verslaving.
Ik moet er toch eens iets aan gaan doen

Mieke Batenburg

Mist

 Mist.

Toen ik vanmorgen door het raam naar buiten keek, zag ik dat er een dichte mist hing.

Dat riep een herinnering op aan die dag in 1956 toen vader en ik met onze sleepboot op de eerste werkdag naar de bouwput zouden gaan van de Haringvlietdam in aanbouw.

De dag daarvoor waren we in Hellevoetsluis aangekomen met de ark, waarop moeder en de kinderen  woonden.
De ark ging altijd met ons mee, als dat enigszins mogelijk was.
Zodoende hadden vader en ik een “thuishaven”, waarnaar we ’s avonds laat, na gedane arbeid weer konden terugkeren.
’s Morgens vroeg vertrokken we dan weer met de boot naar onze werkplek.

 De ark had vader als casco gekocht. Vader wilde een zeewaardig schip en niet zo’n kartonnen doosje zoals die vaak ergens in de grachten een ligplaats hadden gevonden en daar altijd zouden blijven liggen.
Nee…. , ónze ark moest tegen een stootje kunnen en ook bij slecht weer en ruw water te verslepen zijn naar de nieuwe ligplaats waarnaar onze arbeid aan de waterwerken ons voerde.

Dus kochten we een mooie Friese tjalk, waarop we bij een werf aan de Paal een ijzeren opbouw lieten maken.

De ark was vroeger van een slangenmens geweest en de opbouw, was zeer laag. Het verhaal ging, dat deze persoon zich de gehele dag, opgerold als een rolmops, verplaatste. Je kon er nauwelijks staan, maar om geen tijd te verliezen zijn we tijdens de bouw op de ark blijven wonen.
De nieuwbouw werd dus gewoon over de oude roef gebouwd.

Het werd een mooie woning met voor alle kinderen een eigen slaapkamer.
Een doucheruimte en een flinke keuken en woonkamer.
Vele jaren is hij ons van dienst geweest en het deed wel een beetje pijn toen we hem uiteindelijk moesten verkopen omdat we aan de wal gingen wonen.

 Maar nu terug naar die mistige dag in 1956. Omdat vader en ik het zo druk hadden met het vinden van een ligplaats voor de ark, was er géén tijd meer om een behoorlijke koers uit te zetten naar de bouwput, zodat we bij eventuele mist, op het kompas terug naar de haven in Hellevoetsluis zouden kunnen varen. De bouwput voor de eerste fase van de Haringvlietdam lag ongeveer in het midden van de route tussen Hellevoetsluis en Stellendam en ons werk bestond vooral uit het verslepen van bakken, geladen met grote basaltkeien. Soms ook moesten, bij zwaar weer, de zandzuigers en de baggermolens naar binnen (de veilige haven) worden gesleept.

De bakken met basaltkeien konden hun lading op de plaats van bestemming storten, door een mechanisme in werking te stellen waardoor de bodem van de bak zich opende.
‘s Morgens waren we dus bij mooi helder weer op deze eerste werkdag naar de bouwput gevaren. In de loop van die dag kwam er een dichte mist opzetten en tegen de tijd dat onze werkdag erop zat, stonden we voor de keus of we de nacht op de bouwput zouden doorbrengen, óf dat we de gok zouden wagen en zonder een deugdelijke koers bepaalt te hebben via het kompas,  terug zouden varen naar de haven in Hellevoetsluis.

Omdat zowel vader, als ik een…, nogal avontuurlijke aard hadden, besloten we tot het laatste. En dàt hebben we geweten!

Vader had altijd een goed richtingsgevoel en dáár vertrouwden wij op.
We vertrokken vol goede moed, richting haven.
Omdat de mist zo dicht was, kreeg ik van vader de opdracht vooraan op het koppie te gaan staan en mijn ogen en oren goed de kost te geven voor het geval dat er soms verdwaalde schepen zich op onze route zouden bevinden.

Zo gezegd, zo gedaan en met een dikke jopper aan tegen de kou en de nattigheid stond ik daar te vernikkelen aan dek.

Er gebeurde voorlopig niets, maar na verloop van tijd hoorde ik een misthoorn. Er vanuit gaande dat dát beslist de misthoorn moest zijn die op de punt van de haven stond, richtten we onze voorsteven (koppie) in die richting en omdat we nìets, maar dan ook níets konden zien, kreeg ik van vader de opdracht om met de peilstok te meten hoe diep het water was.
De lange stok werd dan vooraan op de boot (de Kop) in het water gestoken en zo liep je dan naar achteren.(de Kont).
Zolang de stok de grond niet raakte kon je er van uitgaan dat je geen risico liep om “aan de grond te lopen“, zoals dat heet.
Alles ging goed en het geluid van de misthoorn, dat steeds sterker werd, deed ons vermoeden dat de haven nabij was.

Ik had het inmiddels, daar aan dek behoorlijk koud gekregen en ik verlangde naar de warmte van “moeders pappot”, zoals vader dat zo treffend kon zeggen. Zelfs mijn haren waren zeiknat geworden van de fijne mistdruppels.

Toen………,  opeens voelde ik grond onder de peilstok.

Ik riep aan mijn vader “ Vader, ik voel grond”, maar het was al te laat. Ondanks dat vader nog probeerde om achteruit te slaan, was er geen beweging meer in het schip te krijgen en we zaten muurvast.  

Het was afgaand water.

We konden geen hand voor ogen zien en we wisten dat de laagste waterstand pas over een paar uur zou zijn bereikt. Daar zaten we dan!
Gelukkig bleek dat er géén lek was geslagen, maar gezien het feit dat het water nog veel verder zou zakken en we niet wisten waar we op terecht waren gekomen, maakten we ons grote zorgen. We zouden moeten wachten tot het water weer zou stijgen en we vanzelf weer los zouden komen.

En,  of alles nog niet erg genoeg was, wisten we dat ons thuisfront ongerust zou worden als vader en ik niet kwamen opdagen. Van het gebeuren konden we hen níet op de hoogte stellen want wij hadden in die tijd nog géén marifoon aan boord waarmee we verbinding zouden kunnen maken met de wal.

Na enige tijd werd de mist iets minder dik en toen zagen we dat er iemand op de dijk naar ons stond te kijken.
Vader vroeg aan hem waar we in Godsnaam waren terechtgekomen en met een plat boers accent vertelde de boer ons dat we op een landtong zaten, op enige afstand van de haven. Op deze landtong was, evenals op de havenmond een misthoorn geplaatst en wij hadden ons daardoor laten misleiden.

Er zat niets anders op dan de nacht door te brengen op de punt van die landtong.  

Gelukkig had ik eten genoeg aan boord, dus bereidde ik voor vader en mij een eenvoudig kostje, waarna we besloten om maar te gaan slapen en dan de andere morgen, als we weer vlot zouden komen, direct dóór te gaan naar ons werk, vanaf de plaats waar we waren gestrand.

Vanaf een boot van de Waterstaat, zouden we dan, via hun marifoon, ons thuisfront op de hoogte kunnen stellen van wat er was gebeurd.

Vader en ik geneerden ons wél enigszins tegenover de werklui, dus besloten we hén niets over het gebeurde te vertellen!!!.

De sleepboot  was inmiddels, door het afgaande water behoorlijk gaan hellen. Hij stond nu bijna rechtovereind, zo leek het.
Het schip stond, vrij steil, met de kop omhoog en ik moest op handen en voeten, mijzelf vasthoudend aan de reling, mijn slaapplaats opzoeken in het achteronder.

  Ondanks de zorgelijke toestand heb ik die nacht tóch nog goed kunnen slapen.

Vader en ik zijn de andere dag weer gewoon aan het werk gegaan, maar het is één van de avonturen geweest die ik, samen met mijn vader heb mogen beleven en waarvan de herinnering vanmorgen weer boven kwam drijven toen ik de dichte mist zag.

 

©Mieke Batenburg 2000

 

Geef ons heden ons dagelijks brood.

Geef ons heden ons dagelijks brood.



Een gebed door velen gekend en voor vele Nederlanders een vanzelfsprekend iets.  Weinige Nederlanders  kunnen zeggen dat  zij moeten knokken voor hun ontbijt en hun eerste levensbehoeften of dat zij honger lijden.

Ook al is er (ook in Nederland ) een groot verschil tussen arm of rijk, het dagelijks brood hoeven wij niet te missen. Desnoods zorgen instanties als ‘Opvang voor daklozen’ weeshuizen etc. hiervoor, maar ‘ons dagelijks brood’ is voor ieder van ons beschikbaar. Laten we dus in die zin niet klagen.

De aarde biedt genoeg om elke wereldburger te eten te geven.

Maar dat is nu juist wat er mis gaat in deze wereld.
De hulp die geboden wordt aan derde wereldlanden, voldoet niet en levensmiddelen en goederen verdwijnen in de zakken van de maffia in die landen die profiteren van de hulp uit de Westerse wereld. Zij bewapenen zich van de opbrengst van deze goederen en gebruiken hun wapens om geweld uit te oefenen op hun eigen mensen.

Dus is het helaas zo, dat het gebed ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ niet voor iedere wereldburger telt. Ik voel mij bij de gedachte dat  onze aarde  genoeg te bieden heeft om elke wereldburger te voeden en dat dat niet volstaat, machteloos. Op deze manier zijn er zoveel  mensen in de wereld die te lijden hebben door honger en geweld en daarom zou ik zo graag willen en nu citeer ik uit een gedicht dat ik eens maakte:

 

================================================================


Ik zou zo graag willen.

Dat de rijken de armen voeden
Dat de honger in de wereld wordt gestild.
Dat er géén oorlogen meer woeden.
Dat er géén geld meer wordt verspilt.

Ik zou zo graag willen,

Dat er eten is voor iedereen ,
Dat er een dak is boven ieders hoofd.
Dat er alléén maar vreugde is en géén geween.
en dat de één de ander niet meer berooft!

Ik zou zo graag willen

Dat er niet zovelen moeten sterven.
Dat ieder de medicijnen betalen kan.
Dat we ons geweten niet hoeven te verbergen.
Dat in héél deze wereld,
een jongen kan worden; een màn!

Daarom
wil ik U allen vragen,
Te bidden voor onze medemens.
En, gezamenlijk hun leed te dragen.
Dàt is nu mijn grootste wens.

Daarom,
Wens ik U allemaal het beste.
Liefde, vreugde en zo meer.
Laten wij, uit het rijke Westen.
Zorgen voor een goed beheer.

Van de aarde, ons gegeven,
Door onze Goede Lieve Heer.
Ieder mens heeft recht van leven.
Dàn komt ook de vrede weer!

©Mieke Batenburg

Moederdag

Moederdag


Een oude traditie waarin het moederschap wordt gevierd.
Sinds jaar en dag wordt Moeder door Pa en de kinderen eens even lekker in het zonnetje gezet.
In de jaren dat ik nog een kind was, verwenden we haar met een lekker ontbijtje op bed, dat door ons kinderen met liefde en zorg werd bereid. Een mooi bloemetje, geplukt uit de tuin van de buurvrouw (ssssssst.Niet verder vertellen) in een klein vaasje gestoken fleurde het dienblad op, evenals het zacht gekookte eitje, gestoken in een mooi eierdopje
Op school hadden mijn zusje en ik, met de tong uit onze mond van inspanning, ons uiterste best gedaan om een mooie tekening voor Moeder te maken.
Opgerold en met een mooi lint samengebonden leek het wel een kunstwerk.
Het zag er allemaal heel feestelijk uit.

Plechtig legden we de afstand af naar de slaapkamer van ons moeder.
In de hoop dat er geen thee uit het theekopje zou worden gemorst of het eitje kapot zou vallen, gingen wij voorzichtig de trap op. Blij verrast zag moeder ons komen en het verwarmde haar hart.
Het werd voor Moeder een hele verwendag.
Als papa dan ook nog eens de boel weer netjes aan kant had gemaakt, was het helemaal geslaagd.
Iedere Moeder raakt vertedert als ze de toewijding ziet waarmee de kinderen haar een pleziertje wilden doen.
Moeder werd toen ook nog met een hoofdletter geschreven.

Later ging de commercie brood zien in de Moederdagtraditie.
Nu is het heel gewoon om het liefdevolle ontbijtje van de kinderen om te zetten in een champagneontbijt, samen met een mooie wenskaart en dure bloemen. Allemaal te bestellen via internet vanuit de luie stoel.
In de winkels wordt je doodgegooid met allerlei lekkernijen en dure moederdagcadeaus.
Er wordt uitgebreid ingespeeld op alle mogelijkheden die er zijn om Moederdag zo feestelijk mogelijk te maken.
Met zijn allen gaan we eten in een chique restaurant in de plaats van het intieme etentje met de feestelijk gedekte tafel thuis in familiekring. Het is leuk en gezellig, maar zoals men vroeger met weinig geld een warme familiesfeer kon creëren, dat is niet meer.

Jammer!

Mieke Batenburg

 

Its music in the air

Muziek is van nature zodanig met ons verbonden, dat wij haar niet kunnen ontberen, al zouden we willen.
========================================================

Dit citaat van Boëthius, verwoordt precies mijn verbondenheid met muziek.

Het begon al toen ik nog een klein meisje was en mijn moeder wiegeliedjes zong voor het slapen gaan en kinderliedjes zoals: 'Slaap gerust mijn lieve kleine jongen',‘Poesje mouw’ en ‘Twee kleine kleutertjes zaten op een hek.’
Zo klein als ik was probeerde ik de tekst foutloos mee te zingen.
Aarzelend en struikelend over de woorden. Als ik even de tekst niet meer wist, wachtte ik tot moeder de eerste woorden had gezongen en dan kon ik weer verder.

Toen ik een jaar of tien was, zong ik, samen met mijn moeder en zusjes tijdens de afwas en het strijken. Aan strijken had ik een gloeiende hekel, maar het samen zingen vergoedde dan wel weer veel. Het repertoire veranderde met de jaren en in die tijd kon mijn moeder zo prachtig zingen van ‘Het Angelus’ en ‘Op de muur van ’t oude kerkhof’.

Tranen van ontroering dropen dan van mijn wangen.

Kort na de oorlog kon mijn vader een mandoline ruilen voor koffie (of zoiets) en die mandoline ben ik gaan bespelen. Ik moest wel, al had Ik een voorkeur voor gitaar. Ik had echter niets in te brengen. 'Die mandoline kan nu eindelijk zijn nut eens bewijzen' zeiden mijn ouders, dus kreeg ik les van een blinde muziekleraar. Ondanks zijn blindheid, gaf hij ook nog les in piano, gitaar, banjo en mandoline. Ik had een enorme bewondering voor deze man. Hoe hij ons wegwijs maakte in de muziek. Alles in hem wàs muziek. Dat was zijn leven.

Terwijl vader vaarde, woonde het gezin op een ark en zodoende was ik in de gelegenheid om de lessen te volgen.

Toen ik een jaar of vijftien was en ik samen met mijn vader de Nederlandse, Duitse en Belgische rivieren bevaarde, zongen we samen de mooiste zeemansliedjes zoals: ‘Jungen, komm bald wieder’, en ‘Ketelbinkie’.
Ook liedjes als ‘Zie ik de lichtjes van de Schelde’ en ‘Aan de oever van de IJssel’ waren favoriet. Het klonk nog aardig ook.
Vader met zijn donkerbruine stem en ik met mijn lichte sopraan.
Omdat ik graag zong, kocht ik voor mijzelf bladmuziek met zeemansliedjes of hawai muziek voor mijn mandoline. Heel aarzelend begeleidde ik mijzelf en vader.

’s Avonds moesten we vaak tot laat in de nacht varen om op tijd op onze laadplaats te zijn. Die avonden en nachten, samen met vader, veel koffie drinkend om wakker te blijven, zingend en spelend in de stuurhut met boven ons hoofd de sterren, hebben in mijn herinnering een dierbaar plaatsje gekregen.

Op een zomeravond laat, toen we voor de sluis lagen te wachten om de volgende ochtend te kunnen schutten, hoorde ik vanuit de openstaande ramen gitaar en accordeonmuziek.
Op een motorschip dat naast ons lag aan de andere kant van het steiger, zaten een paar jonge mensen met elkaar te musiceren. Het was het eind van een prachtige zomerdag en de warmte bleef nog lang in de roeven hangen, wat de jongeren had doen besluiten dan maar boven op de luiken te gaan zitten.
De vrolijke klanken van de muziek lokte mij en, hoewel ik in die tijd nog best een bedeesd meisje was, kon ik niet aan de verleiding weerstaan om mijn mandoline op te pakken en mij te voegen bij de musicerende jongelui op de luiken van dat schip.
We verloren ons in de muziek en het werd nacht toen ik door mijn vader werd gehaald. Het feest was afgelopen.

Muziek……………..Heerlijke herinneringen!

Nog steeds betekent muziek, in allerlei vormen heel veel voor mij.
Van populair tot klassiek. Van jazz tot gospel.

Toen ik ouder werd heb ik solo mogen zingen bij het vocaal ensemble, waar ik mij aansloot toen ik eenmaal aan de wal was gekomen in Bergen op zoom.

En in Eindhoven waar ik later ging wonen richtte ik een seniorenkoortje op en nu, met mijn vijfenzestigste, zing ik nog steeds bij een seniorenkoor met de toepasselijke naam ‘The Oldtimers’.

Soms mag ik van de dirigent een solo zingen, maar daar gaat het mij niet om.
Muziek in alle vormen en zang voor mij in het bijzonder geeft het citaat gelijk dat ik noemde in de kop van dit verhaal.
Muziek is voor mij…………Het begin en het einde!

Muziek is van nature zodanig met ons verbonden, dat wij haar niet kunnen ontberen, al zouden we willen.

Citaat van Boëthius
 
©Mieke Batenburg, mei 2005

 

 

 

Wat is arm en wat is rijk.

De ene mens voelt zich rijk omdat men deel uitmaakt van een gelukkig gezin. Die maar net de eindjes aan elkaar kan knopen, maar waar de liefde en het respect voor elkaar het belangrijkste ingrediënt is in het recept van het leven.

Terwijl de ander zich pas rijk voelt wanneer men een groot vermogen op de bankrekening heeft staan, alle zinnige en onzinnige dingen kan kopen en doen en laten kan, wat  maar in zijn/haar hoofd opkomt.

Vandaag besefte ik eigenlijk pas goed, hoe rijk ik eigenlijk ben.

Niet vanwege mijn rijk gevulde bankrekening.
Nee, die bankrekening was in de loop der jaren al flink geslonken.
Het leven is immers alleen maar duurder geworden na de invoering van de euro en als je eerlijk aan de overheid doorgeeft dat je duurzaam gaat samenwonen inplaats een latrelatie aan te gaan wordt je alsnog uitgeknepen als een spons.

Maar goed, vanmorgen besefte ik dus hoe rijk ik eigenlijk wel ben.

Dat kwam door de duif die w
e gisteren zagen drijven midden in het kanaal. Vechtend voor zijn leven omdat hij niet kon zwemmen.

Zijn kopje omhoog  houdend  om vooral niet teveel water binnen te krijgen, inmiddels zó vermoeid  door zijn voortdurende gevecht met het water dat hij nog maar ternauwernood bewoog.

Wij zagen het aan vanuit onze luie stoel onder de parasol, aan dek van onze boot en leefden met hem mee. We konden weinig doen want onze bijboot was het jaar daarvoor gestolen en hij dreef te ver weg om er zomaar bij te kunnen.

De stroming dreef hem gelukkig langzaam naar de oever en toen hij dicht genoeg bij was, kon mijn man hem met het vangnet pakken.

Hij leefde nog, al was het een zielig nat hoopje dat nauwelijks nog bewoog.
Het water stroomde uit zijn snaveltje en het enige wat we konden doen was hem een plekje geven om bij te komen van de vermoeienissen en hopen dat het weer in orde zou komen met hem.
De hele verdere dag lag hij in de doos met de handdoek en het bakje water dat we voor hem hadden geregeld.

Gaandeweg kreeg hij meer aandacht voor zijn omgeving en afgelopen nacht hebben we de doos mee naar binnen genomen om hem te vrijwaren van rovende kraaien en ander gevaar dat op onze hulpeloze vriend loerde.

Vanmorgen is hij uitgevlogen.

Door deze gebeurtenis, besef ik hoe rijk wij zijn met de natuur zo dicht om ons heen.  Dat we dit beestje mochten helpen en dat hij nu weer verder mag leven

Ik voel mij een bevoorrecht mens en de vraag komt weer bij mij boven;

Wát  verstaat men nu eigenlijk onder rijkdom?

Als je rijk bent, kun je arm zijn in je beleving en wanneer je het financieel niet al te breed heb, kan men zich de Koning te rijk voelen.

Het is maar, hoe men het bekijkt.

Mieke Batenburg



Een hond in huis

Een hond in huis.

Dat klopt niet als ik over onze hond wil schrijven, want onze hond woont niet ‘in huis’ maar op een motorboot. Dat is natuurlijk best wel bijzonder, maar ja……………..wij hebben dan ook wel een heel bijzondere hond.

Het is onze scheepshond Bennie. Een vuilnisbakkenrasje, maar met een Koninklijke uitstraling. Zo zet hij de hele bemanning van de “Notabene” naar zijn hand,( ehh poot ) en lopen wij: ‘schipper en echtgenote’, onze benen uit onze ……. om het King Bennie naar de zin te maken.

Als Bennie een brok wil of gewoon aandacht, ‘praat’ hij met de baas en
Bennie s order is dan de baas zijn bevel.

Hij weet ‘voelt’ ook direct als ik aanstalten maak om het ontbijt klaar te maken en is er dan ‘als de kippen bij’ om te zien of er soms voor hem ook nog wat overschiet. Tja, Bennie weet ‘de goede dingen’ in het leven te waarderen en laat ons dan ook duidelijk merken waar een Koninklijke hond recht op heeft.

Dat  Bennie zich zo koninklijk en zelfvoldaan gedraagt, ligt eigenlijk aan zijn baasje die hem ‘letterlijk en figuurlijk’ op handen draagt, zoals de uitdrukking al weergeeft. Als Bennie aan de wal moet om zijn behoefte te doen, is dat niet altijd even eenvoudig.

Het Baasje spreidt dan zijn sterke armen en tilt hem (25 kilo) zonder problemen over de loopplank aan de wal.

Toen we vorige zomer op de werf lagen, moest hij zelfs via een lange ladder de hond naar beneden dragen.
Het baasje doet dat zonder brommen, want voor zijn maatje heeft hij alles over.

Dat is ook niet zo verwonderlijk, want lange tijd is Bennie zijn enige vriendje geweest  en gezamenlijk hebben zij de dagen die zij alleen doorbrachten, dragelijk gemaakt. Zo is er een grote vriendschap ontstaan.

Toen ik twee jaar geleden om de hoek kwam kijken en vorig jaar met de baas trouwde, veranderde er wat voor Bennie. Hij was nu niet meer “alleen” het vriendje van de baas, maar de baas had er zich een vriendinnetje bij gekozen.

Bennie moest iets van zijn alleenheerschappij prijsgeven en aanvaarden dat de aandacht van het baasje nu ook wel eens uitging naar zijn nieuwverworven vriendinnetje.
Die voelde zich ook erg tot Bennie aangetrokken, maar King Bennie kwam er niet onderuit dat baasje en vrouwtje wel  eens gezellig samen op de bank wilden zitten.

Tja, en wat doe je dan als Koninklijke hond?
Je springt gewoon op de bank, stopt je snuitje onder de oksels van het vrouwtje en duwt haar weg.
In het begin lukte hem dat nog ook, want samen hadden we wel plezier in het spelletje dat er werd gespeeld.
Maar ja, het kon natuurlijk niet zo doorgaan, anders had de baas beter géén vrouwtje  kunnen kiezen en haar wilde hij ook niet graag meer kwijt.
Dus Bennie moest leren dat er nu gedeeld moest worden en dat is gaandeweg ook wel gelukt, want, zoals het gezegde luidt, waarin de woorden voorkomen:
‘t Is de hand die je voedt etc.………., begreep Bennie al gauw dat het ook vaak MIJN hand was die hem voedt en nu ……………zijn wij dus ook, de beste vriendjes en vormen we met elkaar een drie-eenheid.

Bennie is nog steeds een beetje jaloers hoor, maar, eerlijk gezegd………….dat is het vrouwtje ook wel eens, als ze op een gegeven moment de aandacht van de baas wil hebben en die niet krijgt omdat de baas met zijn, enigste echte vriend/in ( na mij dan, mag ik hopen?) aan het robbedoezen en het spelen is.

Mieke Batenburg  21 mei 2009

Dit is King Bennie. Onze 15jarige scheepshond
De Sterrenhemel

Elke avond, vóór het slapen gaan, wanneer alle lichten in huis zijn gedoofd, kijk ik door het venster naar de nachtelijke sterrenhemel.
Dat is een gewoonte die ik heb overgehouden uit mijn jonge jaren.

Mijn opa van vaderskant had nog met de zeilen gevaren en in die tijd navigeerde hij ’s avonds, op grote wateren zoals de Schelde of het IJsselmeer, op de sterren wanneer hij  zijn weg moest vinden. Mijn vader leerde het vak van zijn vader en had daarom een grote kennis van de sterren.
Hij wist alle sterrenbeelden feilloos aan te wijzen.

Als kind fascineerde mij dat mateloos en vanaf die tijd ga ik  niet slapen voordat ik even naar buiten heb gekeken. Telkens weer boeit mij de gedachte dat veel van de sterren die ik kan waarnemen al vele jaren geleden zijn opgebrand en dat hun licht dan nog door ons is waar te nemen.
Ik voel mij dan heel klein en nietig en terwijl ik zo sta te kijken dringt altijd weer de gedachte bij mij op, waarom wij mensen toch denken dat wij zo bijzonder zijn.

Wij vinden onszelf verheven boven alle andere levensvormen. In de ogen van velen zijn bijvoorbeeld dieren als insecten of andere zoogdieren veel minder waard dan wij. Maar vergeet niet dat ook wij slechts een levensvorm zijn die alleen kan bestaan bij de gratie van God en dat wij die planten en dieren hard nodig hebben om te overleven.
“Ja”, zeggen wij dan, “ maar wij hebben verstand, en dat hebben die andere levensvormen niet “. 
Maar wat is het verschil dan tussen verstand en instinct ?  

Denk eens aan de apen die je heel veel kan leren en die bijna net zo menselijk zijn als wij.
En wat denkt U van de dolfijnen en de inktvissen, waarvan de mensen verbaast staan over hun geheugen.
En de bever die zijn dammen bouwt, de termietenheuvel en de bijenraten. Prachtige solide bouwwerken, waar de mens jaloers op kan zijn.
De Lijster, die eerst een steen zoekt om als gereedschap te dienen bij het openen van een slakkenhuis waarvan hij weet dat in het slakkenhuis iets lekkers zit verborgen en wat dnkt u van de duif die, al is de afstand nog zo groot, altijd de weg terug naar huis weet te vinden.
Zo zijn er vele voorbeelden te noemen.
Praten we dan over verstand of instinct, wat is het verschil? 

Waarom vindt de ene mens dat hij/zij beter, knapper, succesvoller, rijker, (enfin ga nog maar even door in de overtreffende trap) is dan de ander ?
Dat is toch de arrogantie ten top ?
Wat verstaat men eigenlijk onder rijkdom?

De éne mens voelt zich rijk omdat men deel uitmaakt van een gelukkig gezin en tevreden is met een bescheiden baan, die maar net de eindjes aan elkaar kan knopen, maar waar de liefde en het respect voor elkaar het belangrijkste ingrediënt is in het recept van het leven.
Terwijl de ander zich pas rijk voelt wanneer hij/zij een groot vermogen op de bankrekening heeft staan.
Alle zinnige en onzinnige dingen kan kopen en doen en laten wat  maar in zijn/haar hoofd opkomt en neerziet op diegene die wat minder succesvol is geweest in het leven.

Als ik zo ’s avonds naar de hemel kijk, is het alsof er één ster is die naar mij lacht. Het is de Grootste en de meest Heldere ster, en het is of Hij tegen mij zegt: 'Je hebt het begrepen Mieke, jullie mensen zijn allen gelijk en de rentmeesters van deze wereld, die Ik jullie geschonken heb. Sla de handen in elkaar bij het beheren van deze wereld. Ieder met zijn eigen talenten en gaven. Déél deze talenten, déél de rijkdommen en maak van deze wereld een Hemel op aarde '. 

En tevreden mijmerend in mezelf  keer ik mij af van het venster om te gaan slapen.
Zou het feit dat ik dit màg en kàn neerschrijven en dat ik mijn gedachten aan anderen mag doorgeven dan mijn bijdrage zijn aan het bevorderen van een betere wereld?

Wat een arrogantie hé?

Maar ja, wij blijven mensen en ik ben niet beter dan een ander!!

© M. Batenburg 2001

Grand Foulard

Onlangs heb ik een grand foulard gekocht. Dat is zo'n kleed dat men tegenwoordig gebruikt om een bankstel dat niet meer zo netjes is te verdoezelen en weer een fris aanzien te geven. Of omdat men wel weer eens wat anders wil zien dan de bekleding waar men al zo lang tegen aan kijkt. Zo'n grand foulard is dan een goedkoop alternatief.

Het oude bankstel lijkt als nieuw en de bekleding is nog wasbaar ook. Ideaal voor een gezin met kleine kinderen en/of een rauwdauw van een echtgenoot die het niet zo nauw neemt met het deponeren van de as in de asbak. Dit was echter niet de reden waarom ik zo'n exemplaar heb aangeschaft.

 

In ons kleine huisje hebben mijn man en ik een chronisch gebrek aan ruimte. Daarom is onze slaapkamer tevens ingericht als kantoor, compleet met een groot bureau, telefoon, computer, scanner, en ook internet behoort tegenwoordig tot de mogelijkheden.

Omdat wij dus beiden veel tijd doorbrengen achter de computer, kwam de gedachte bij mij op om de kamer een wat huiselijker aanzicht te geven, en kocht ik  zo'n grand foulard om daarmee onze bedden te bedekken. De prijs van zo'n ding viel mij echter nogal tegen en omdat ook voor mij de uitdrukking geldt van " ons Zeeuwen bin zunig", kocht ik maar één exemplaar met de bedoeling de stof doormidden te knippen en er twee banen van een contrasterende kleur tussen te zetten.

 

Enkele dagen geleden ben ik met de bus naar de markt in de stad geweest om stof voor zo’n tussenbaan te kopen. Men had mij verteld dat je op de markt veel keus hebt en dat ik daar zeker zou slagen..

Welgemoed ging ik dus op strooptocht langs de vele marktkramen, waar inderdaad tegen schappelijke prijzen, vele soorten stof werden aangeboden. Maar mensenkinderen, wat is het moeilijk om uit dat grote aanbod een stof te vinden die, qua kleur en structuur geschikt is om van mijn, inmiddels gehalveerde, grand foulard twee mooie bedden spreien te maken. De kleur was niet bijpassend, of de stof was te dik, te dun, te duur, of anderszins ongeschikt voor mijn doel.

Ik had de moed al opgegeven dat ik nog iets geschikts zou kunnen vinden en maakte mezelf de grootste verwijten dat ik niet gewoon wat meer geld had uitgegeven en direct twéé grand foulards had gekocht. Dan had ik nu niet zoveel moeite hoeven te doen.

 

Moe van het slenteren en nadat ik bijna alle kramen had afgestruind, zag ik eindelijk de stof liggen die ik zocht. Het leed was geleden, dacht ik.

De prijs viel tegen, maar ja, dat moest dan maar.

 

Het was druk aan de kraam, maar geduldig wachtte ik op mijn beurt in de wetenschap dat ik nu eindelijk geslaagd was.

Tenminste..............dat dacht ik !!

Want ja hoor, de klant die eerder aan de beurt was had blijkbaar ook haar zinnen gezet op mijn stof !! Zij kocht gelijk alles wat nog op de rol zat, zodat ik mijn aankoop wel kon vergeten.

Uiteindelijk ben ik in een stoffenzaak in de stad geslaagd, maar van een voordelig lapje op de markt was nu natuurlijk geen sprake meer.

 

Thuisgekomen wilde ik zo snel mogelijk achter de naaimachine plaatsnemen. Maar eerst nog even de vaat afwassen en een lekker kopje koffie zetten,want daar was ik ondertussen wel aan toe.

Terwijl ik de koffiepot klaarmaak laat ik tegelijkertijd het afwasteiltje vollopen met warm water.   Alsof ik nog niet genoeg tegenslag heb ondervonden, drijft er een dessertschaaltje onder de warmwaterstraal, dat loopt vol en fungeert daardoor als een fontein. Het water spuit er uit, over het aanrecht, tegen mijn kleding aan en belandt uiteindelijk op de keukenvloer. 

Terwijl alles drijfnat wordt, geef ik een gil van kwaadheid.

 

Verdorie alles zit tegen vandaag !

Mijn man reageert niet eens op mijn roep. Hij is gewend aan mijn impulsieve reacties. Ik neem zijn stilzwijgen op als ongeïnteresseerdheid van zijn kant en dat was nu net even te veel voor mij.

 

Wanneer ik boos tegen hem uitvlieg, schiet hij in de lach en zegt :

" Zoals je nu doet, zie ik je voor mij als een klein meisje. Die zou net zo reageren als jij nu doet ".

Daarna hebben we er samen maar eens om gelachen en was de lucht weer opgeklaard.

 

Alle gebeurtenissen van die dag zouden goed ondergebracht kunnen worden in de tv - rubriek " Ook dat nog ".

Enfin, mijn grand foulard ligt nu mooi te zijn op onze bedden en de slaapkamer ziet er zo een stuk gezelliger en huiselijker uit. Maar één ding heb ik van dit alles wél geleerd:

 

Goedkoop is niét altijd duur ( zaam ) koop en je gulden is op de markt niet altijd een daalder waard. !! En zéker geen EURO!!!

 

©Mieke Batenburg 2003

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.

bret | Antwoord 16.03.2011 12.11

Grappig 'grand foulard' verhaal !

Mieke Batenburg van den Tol 11.05.2011 17.10

Dank voor je reactie Bret

Groetjes, Mieke

Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

18.06 | 13:03

Marianne, ik kreeg van Ineke van den Tol, dochter van Cor van den Tol, een mailtje of ik jou haar emailadres door wilde geven. Dat is catvandentol@versatel.nl

...
18.06 | 12:01

Hallo Marianne,

Ik heb aan Ineke van den Tol een mailtje gestuurd om jouw bericht onder haar aandacht te brengen.

Ik wens je heel veel succes.

Groetjes,Mieke

...
14.06 | 13:50

Hoi Mieke, ik zoek familie van cor van den tol en zag dit toevallig op je pagina staan. Ik hoop dat ineke dit ook leest en contact op wil nemen. Mvg marianne

...
19.04 | 21:46

Hallo Mieke zijn wij familie, Ineke van den Tol dochter van Cor van den Tol.
Ken mijn familie nl jammer genoeg niet. Ik schilder ook. gr. ineke

...
Je vindt deze pagina leuk
Hallo!
Probeer uw eigen website te maken, net als ik! Het is makkelijk en u kunt het gratis proberen
ADVERTENTIE