Ik ben, zo ik ben.
Tja, Wie ben ik en waarom ben ik geworden die ik ben?
Dat is een moeilijke vraag waar ik niet zo direct een antwoord op heb.
Ik heb er dan ook lang over na moeten denken voordat ik wist hoe ik die vraag moest beantwoorden want,………wàt ben ik nu eigenlijk geworden?
Daar is eigenlijk maar één antwoordt op:
Ik ben geworden wie ik eigenlijk altijd al had willen zijn.
Namelijk een mens, met interesses op velerlei gebied.
Maar, laat ik bij het begin beginnen:
Als kind van een schippersfamilie bracht ik mijn prille jeugd door op het schip van mijn ouders en ik droomde van een geweldige toekomst.
Ik wilde net als Florence Nightingale de pijn van de zwakke mensen verzachten.
Er altijd zijn voor hen die wel wat steun konden gebruiken.
Ook wilde ik schilder worden en al het moois van de natuur net zo mooi kunnen schilderen als de natuur zelf en ik wilde ook altijd blijven varen en alleen maar met een schippersjongen trouwen. Kinderen
krijgen die later dan ook met hun eigen schip de wateren zouden bevaren.
Maar, de mens wikt………, en lang niet alle verlangens die ik had, zijn uitgekomen.
Ik groeide op en ging naar de schippersschool.
Daar kreeg ik een mooie map met schoolwerk opdrachten die ik moest maken terwijl wij van de ene naar de andere plaats vaarden.
Een huiswerkopdracht in Dordrecht op de schippersschool gegeven, werd in Arnhem, Nijmegen of Lobith nagezien op een van de schippersscholen in de plaats waar we ’s avonds voor anker gingen, op onze weg
naar Duitsland.
Ik leerde vrij gemakkelijk en omdat ik nooit met vriendinnetjes buiten kon spelen, had ik veel vrije tijd over, waarin ik veel las.
Allerlei onderwerpen interesseerden mij, maar vooral de populair wetenschappelijke en de creatieve boeken vonden gretig aftrek bij mij.
Ik volgde schriftelijke cursussen over schoonheidsverzorging (ja, ja ik was best ijdel en vond mijzelf maar lelijk, dus daar moest ik iets aan doen.) Heeft niets geholpen hoor (; Ik volgde ook een cursus
voor omgangsvormen.
Ik redeneerde dat je maar nooit wist waar ik dat nog eens voor nodig zou hebben.
Misschien trouwde ik wel met een miljonair met een groot jacht, waarmee we cruises zouden maken over de wijde oceanen en dan zou het handig zijn om te weten, hoe men de tafel diende te dekken en welk bestek
je het eerst moest nemen aan het diner en aan welke kant van de Heer je moest lopen. Dingen, die een DAME hoorde te weten.
Toen ik wat ouder werd, ging ik mijn vader helpen aan dek.
Dat spaarde een dekknecht uit en vader kon mijn besluit wel waarderen.
Met vallen en opstaan leerde ik het vak van stuurman en haalde zelfs mijn Rijnpatent, waardoor ik zelfstandig het schip kon besturen en alle werkzaamheden die zich voordeden kon aanpakken. Dat gebeurde
dan ook vaak genoeg, wanneer vader weer eens een reuma aanval had en de motor toch verzorgd moest worden en het dek geboend.
Mijn moeder en de andere drie kinderen, leefden intussen op een ark die vader had gekocht en die we telkens verplaatsten naar een centrale plaats, zodat we toch vaak thuis konden zijn.
De ark was een Friesche tjalk en omdat hij zeewaardig moest zijn, was het eerste wat vader liet doen, een nieuwe ijzeren roef er op laten zetten op een scheepswerf.
De vorige bewoner was een kermisklant geweest (een slangenmens) en voor hem was het niet erg dat hij kruipend door de lage roef moest gaan. Maar dat was voor ons wat veelgevraagd, dus vandaar de verbouwing. Het werd een pracht van een ark en we hebben er vele
jaren plezier van gehad.
Zo heb ik jaren tot tevredenheid gevaren en kon ik terugzien op een heerlijke, avontuurlijke tijd aan boord. Ik trouwde inderdaad met een schippersjongen. (Helaas geen miljonair, maar alleszins acceptabel)
We kregen vier kinderen en toen zij naar school moesten, gingen we aan de wal en ging ik mijn studie inhalen door de MAVO te gaan volgen, schilderslessen en muzieklessen te gaan volgen en in die tijd knutselde ik eens raak met een diamantje en wat wegwerpglas.
Mijn creaties werden steeds beter en het wegwerpglas werd vervangen door mooi glas en kristal. Het vond aftrek en de opdrachten liepen binnen.
De glasfabrieken in Leerdam, leerde mij kennen als een vaste klant.
Altijd op zoek naar mooie karaffen, vazen, taart plateau’s en glazen voor een schappelijk prijsje. Met een mooie voorstelling erop, werden die dan weer met winst verkocht.
Ik graveerde ramen, deuren, spiegels, plat en rond glas, glasschilderijen met afbeeldingen die mijn opdrachtgevers mij aangaven. Na verloop van tijd had ik zoveel gemaakt, dat ik een kraam huurde en samen met mijn man het hele zomerseizoen dinsdags en donderdags
op de kunstmarkten stond, waar ik mijn thuisgemaakte glas aan de man bracht en tegelijkertijd demonstreerde. Op een gegeven moment werd ik ‘ontdekt’ door iemand van de Nederlandse Kring van Glasgraveurs. Een selecte groep (ongeveer dertig personen) die allemaal
zelfstandig bezig waren en tezamen exposeerden in galerie’s. Ik werd uitgenodigd om ballotage te doen en werd aangenomen in de groep. Zo werd glasgraveren van wat eerst een hobby was, mijn vak. Inmiddels had ik ook een eigen glasatelier.
Dat glasgraveren heb ik vele jaren met veel plezier gedaan en waar ik nu, (op een wat lager pitje, vanwege een blessure aan mijn arm) mijzelf zo nu en dan nog steeds heerlijk uitleef.
Ik wilde zo graag, net als Florence Nightingale de pijn van de zwakkeren in de samenleving verzachten. Er altijd zijn voor hen die wel wat steun konden gebruiken en dat wil ik nog steeds.
Tja, en wat ben ik dan nu eigenlijk geworden? Ik ben gewoon mezelf gebleven en veel van wat ik eigenlijk had gewild, is uitgekomen,
maar dan met een beetje andere invalshoek
Ik ben,………..gewoon Mieke!